Op bedevaart naar de Ronde van Vlaanderen
HOF TER KAMMEN IS DE ZOETE INVAL VOOR WIELRENNERS EN WIELERTOERISTEN
In Hof Ter Kammen ligt de Koppenberg, de Eikenberg, de Taaienberg en de Oude Kwaremont aan je voeten na een korte beklimming van de trap. Voor Hilde Speleers en haar man Christian De Clercq was het evident dat hun gastenkamers de namen zouden dragen van de legendarische bulten van de Ronde van Vlaanderen. “Hier ademt alles wielrennen.”
Laat je na de afdaling van de Koppenberg gewoon uitbollen en je komt als vanzelf op de binnenplaats van Hof Ter Kammen terecht. Je zal trouwens niet de eerste zijn die hier van de fiets stapt. Deze B&B is goed op weg om samen met de flandriens en de bulten van de Vlaamse Ardennen een eigen hoofdstuk toe te voegen aan het heroïsche wielerverhaal dat hier jaar na jaar wordt geschreven.
“We hebben echt niet lang hoeven na te denken toen we in 2005 met onze B&B zijn gestart”, vertelt Hilde. “Als verwoede wielerfans wilden we vooral de wielerliefhebbers aanspreken. Die komen hier het jaar door de bergzone van de Vlaamse wielerklassiekers verkennen. Wie Oudenaarde zegt, zegt Centrum Ronde van Vlaanderen. Van daaruit vertrekken drie grote fietslussen die geënt zijn op het parcours van Vlaanderens Mooiste.”
Mannen met fietsen
“Het gebeurt geregeld dat fietsvrienden ’s zaterdags laat in de avond nog telefoneren om kamers te reserveren. Ik hoor dan aan de telefoon dat ze in een café plannen zitten te maken. Een paar weken later komen ze dan op vrijdagavond aan en ze gaan niet naar huis vooraleer ze alle beroemde bulten van de Vlaamse klassieke koersen hebben bedwongen. Die bergjes zijn een soort jachttrofee. Vaak doen ze op vrijdagnamiddag de eerste lus van de Ronde Van Vlaanderen route. ’s Avonds drinken ze dan een paar Ename-biertjes om op krachten te komen, zodat ze ‘s anderendaags de tweede lus kunnen aanvatten en ’s zondags de laatste. Na de middag komen ze dan snel nog eens douchen om dan terug naar huis te rijden bij hun gezin.”
Het zijn echter niet alleen wielertoeristen die hier kind aan huis zijn. Ook professionele en semiprofessionele wielerploegen hebben hier hun uitvalsbasis.
“De Deense renner Matti Breschel kennen we heel goed”, aldus Hilde. “Zijn vader was de coach van de Deense nationale ploeg en die komen hier al van kort na onze opening op stage. Matti is intussen uitgegroeid tot een goede renner. Ook de cyclocrossers van Sunweb-Revor, met Klaas Vantornout, en de Fidea’s met Bart Wellens en Stybar hebben hier al souvenirtruitjes achtergelaten. We hebben hier tijdens het voorjaar ook steevast de Australische profploeg Drapac-Porsche te gast. De renners werken hier dan een trainingsprogramma af om dan vervolgens in de Australische zomer mooie resultaten te boeken. Ook het Engelse nationale meisjesteam heeft hier zijn tweede thuis. Van hieruit nemen de dames in heel Europa deel aan wedstrijden.”
“Het wielerwereldje is klein. Als ploegen zich ergens goed voelen, vertellen ze dat snel door. Op die manier was het heel snel bekend dat fietsers van alle slag hier goed verzorgd worden. Het is met spijt in het hart dat we een renner naar een andere ploeg zien overstappen al gebeurt het vaak dat hij enkele maanden nadien al terug over de drempel stapt met zijn nieuwe ploeg. Dat geeft enorm veel voldoening.”
“Wielertoeristen zitten ’s ochtends samen met de profs aan de ontbijttafel. Je hoort hen geregeld naar het thuisfront bellen om verslag te doen van wie ze nu weer tegen het lijf gelopen zijn”, aldus Hilde. “Eerlijkheidshalve moet ik er echter ook wel bij vertellen dat de profs dikwijls versteld staan van het materiaal dat de amateurs hier van het dak van hun auto halen.”
Overuren kloppen
Mensen die hier wonen, staan er vaak niet meer bij stil hoe mooi deze streek eigenlijk is, zegt Hilde. “Voor sommige mensen is hier met de fiets kunnen rondrijden of naar een paar koersen kunnen gaan kijken een soort bedevaart. Ik heb onlangs een mail gekregen van een Amerikaanse die er al heel haar leven van droomt om de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix eens mee te maken. Toen ik haar liet weten dat ik nog een kamer kon vrijmaken, begon ze op slag te huilen van geluk. Een paar van haar landgenoten zijn hier vorig jaar neergestreken van voor de Ronde tot na Parijs-Roubaix. Een hele week lang hoorde ik niets anders dan kreetjes als wonderfull en great en amazing.”
Wielerliefhebbers zijn dankbare gasten maar ze zorgen vaak voor extra werk voor Hilde en haar echtgenoot. “Koersen kan je niet op twee koffies en een croissant. Ik ben doorgaans heel vroeg uit de veren om een stevig ontbijt klaar te maken. Ik maak daar vaak vooraf afspraken over met de ploegleiding. Als het overdag regent, dan weet ik bovendien dat mijn wasmachine overuren zal kloppen. Dan komen de renners hier in de late namiddag nat en vuil toe. Maar daar heb ik hoegenaamd geen problemen mee. Ik leg ze graag in de watten. Mijn man heeft nog een voltijdse job maar als hij thuis is, is hij ook in de weer. We hebben hier alles in huis om fietsen te onderhouden en te herstellen.”
Hilde zelf heeft het te druk om zelf de streek met de fiets te verkennen. “Met die taak zadel ik mijn zoon op”, zegt ze lachend. “Hij kent alle rustige fietswegjes in de Vlaamse Ardennen en geeft onze gasten met plezier tips. Zo komen ze al eens op plaatsen die afwijken van de traditionele toeristische fietsroutes. Ik probeer de wielertoeristen eerder eens attent te maken op de andere troeven van de streek, al kan ik niet beweren dat ik daar altijd even succesvol in ben. Verder dan een brouwerijbezoek komen ze dikwijls niet.”
Voor nieuwe teksten van copywriter Koen Lauwereyns: www.kla-4.be
Over dit bericht
You’re currently reading “Op bedevaart naar de Ronde van Vlaanderen,” an entry on Stop het persen
- Gepubliceerd:
- februari 22, 2011 / 11:44
- Categorie:
- Geschreven, Interview, Vlaamse Ardennen
Nog geen reacties
Ga naar reactie formulier | comment rss [?] | trackback uri [?]